maandag 10 november 2008

De noodzaak van koffieshops

Twee grensstadjes sluiten hun koffieshops en de drugsdiscussie laait weer op. Bezorgde ouders staan pal tegenover tevreden rokers, geen onruststokers. Het ene kamp wil, onder leiding van het CDA, een integraal verbod, het andere wil legalisering. D66 pleit sinds kort zelfs voor accijns op wiet.

In twintig jaar gedoogbeleid kweekte de nijvere Nederlander wietplantjes met drie maal zoveel werkzame stof als normaal. Van dit kwaliteitsproduct gaat jaarlijks 500 ton de grens over, dat is 80% van de productie, goed voor 2 miljard Euro per jaar waar de fiscus niets van ziet.

Accijns heffen is dus zo’n gek idee nog niet, want de markt voor drugs is er en die zal door repressie niet verdwijnen, maar alleen nog crimineler worden dan zij al is. Tegenstanders van het gedoogbeleid hebben niet geleerd van de jaren 30 van de vorige eeuw: dankzij de drooglegging kreeg de Italo-Amerikaanse maffia een rijkdom en macht die ze tot op heden nog niet kwijt is.

De anti-drugslobby heeft oogkleppen op. De wortel van drugsgebruik zit in de mens zelf, het is de behoefte aan bedwelming, verdoving, aan vlucht uit de realiteit. Zeldzaam is de mens die die behoefte nooit van zijn leven voelt. Zij is zo oud als de mensheid. Homerus (ca 800 v. C.) schreef: “Helena, dochter van Zeus, schonk wijn met [opiumpreparaat] nephente, wat de kommer, hartzeer en de herinnering aan ieder leed uitwiste. Bij wie het mengsel dronk was het gelaat niet meer heel de dag van tranen nat, ook al was zijn eigen broer of meest geliefde zoon voor zijn ogen gedood”.

Drugs verzachten leed. Door de eeuwen heen hebben machthebbers dat omgedraaid, geperverteerd - letterlijk: soldaten in het leger van Alexander de Grote (ca 300 v. C.) kauwden op zaaddozen van papaverbollen omdat ze het daarmee langer volhielden op Alexanders lange krijgstochten. Ook nu nog krijgen soldaten en kindsoldaten dope van hun generaals want ze vechten beter als trauma’s en psychosen zijn verdrongen – tijdelijk. Heroïneprostitutie is uitgevonden in de jaren 1930 door maffiabaas Lucky Luciano. Hij bedacht dat hij zijn hoeren makkelijker kon laten pezen als ze ook van hem afhankelijk waren voor hun dagelijkse shots. Een perverse uitvinding inderdaad, maar van het wiel: Alexander de Grote deed in feite niets anders.

Wiet is geen opium, dus wat heeft dat met de koffieshops van doen? En stelt de Nederlandse blower zich niet gewoon aan? Waarom zou je je zo nodig moeten bedwelmen, zo verschrikkelijk is het leven hier toch niet? Er bestaat geen objectief antwoord op die vraag, want er bestaat nu eenmaal geen geijkte leedmeter die aanwijst op hoeveel roes iemand aanspraak mag maken. Wie gefrustreerd door een klootzak van een chef uit werk komt en een blow opsteekt - of een paar borrels achterover slaat, dat maakt niet uit – heeft daarvoor een even geldige reden als een MS-lijder die cannabis op doktersvoorschrift krijgt. Recreatief gebruik is om dezelfde reden net zo gerechtvaardigd. De gebruiker bepaalt.

Nu is de gebruiker gelukkig wel een kuddedier, een sociaal wezen. Voor normale mensen is er maar één rem op drugsgebruik en dat is de sociale omgeving. Een partner, vriend of familielid die zelf nuchter is, leeft niet graag samen met iemand die voortdurend bedwelmd is. Je bespreekt iets belangrijks nu eenmaal liever niet met een stonedhoofd of een dronken tor. Wie in een roes leeft, wordt niet voor vol aangezien.

Pubers interesseert dat niet, die willen experimenteren en zich verzetten tegen gezag, tegen dingen die niet mogen “voor je eigen bestwil”. Dat hoort bij de leeftijd, dat hoort bij het leven. Het enige wat effectief helpt zijn de banden waar het sociale vangnet van gemaakt is. Naarmate die zwakker zijn wordt het risico op verslaving groter. En niet alleen voor pubers.

Een probleem is dat verslaafden en veelgebruikers schijnbaar een prima sociaal leven kunnen hebben. Wie meedoet met drugs kan de familiebanden doorsnijden en opgenomen worden in een andere groep, die met verruimde geest de doodnormale burgerij gadeslaat, de doodnormale dwazen in de rattenmolen van werken, geld verdienen, milieuvervuilen, stress, hartvervetting, noem maar op. Het leven binnen zo’n groep kan aanlokkelijk zijn. Maar het drijft op drugs en is dus instabiel. Echte geborgenheid kun je er niet vinden.

De grondreden voor het gedoogbeleid is dat verkoop van cannabis gescheiden blijft van die van harddrugs. De markt voor wiet kan niet van de ene dag op de andere verdwijnen. Sluit alle koffieshops en gebruikers zullen gaan kopen waar het te krijgen is - daar waar onvermijdelijk ook harddrugs omgaan.

Het criminele circuit langs de achterdeur van de koffieshop is een probleem. Maar als je koffieshops sluit druk je wietgebruikers de criminaliteit in en dan heb je een groter probleem. Het is dus beter om de blower af te schermen van de harddrugs en dat bereik je door koffieshops gewoon open te houden.

Wordt vervolgd.

Dit is het zesde deel in een serie. Klik voor het inleidende deel 1, deel 2 over jazz en heroïne, deel 3 over narcostaatsinrichting, deel 4 over Afghanistan en deel 5 over opium en de oorsprong van de war on drugs.

Geen opmerkingen:

Mogelijk gemaakt door Blogger.