vrijdag 23 januari 2009

Zeurpiet Isaäc da Costa

Willem Frederik Hermans zei ooit: “Ik groeide op in een buurt waar de straten vernoemd waren naar terecht vergeten negentiende-eeuwse schrijvers.”

In de jaren dertig van de vorige eeuw woonde Hermans in de Amsterdamse buurt Oud-West, in de Eerste Helmersstraat. En inderdaad, vandaag de dag zijn er nog weinigen die de moeite nemen de sentimentele domineespoëzie van Jan Frederik Helmers, Jan Pieter Heye of Jan Jakob Lodewijk ten Kate tot zich te nemen.

Toch valt er in die negentiende-eeuwse boekenberg wel iets leuks te ontdekken. Neem Isaäc da Costa, de Amsterdamse dichter en historicus die het gelukt is om een Amsterdamse straat, plein én kade naar zich te laten vernoemen. Da Costa was een ouwe zeurpiet, en dat levert soms leuke lectuur op, vooral in zijn beroemde pamflet Bezwaren tegen de geest der Eeuw uit 1823.

Vroegâh was alles betâh
Grappig om maar weer eens te constateren dat gejammer dat vroeger alles beter was van alle tijden is. Da Costa stelt dat het land naar de ratsmodee gaat omdat de rede, onder invloed van Verlichtingsfilosofen, de plaats van God heeft ingenomen. In het boekje, dat in zijn geheel op de fantastische website van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren te lezen valt, bespreekt Da Costa, een tot het orthodox protestantisme bekeerde jood, de toestand van maatschappelijke fenomenen als godsdienst, zeden, kunst, wetenschap en onderwijs. “Wat is er toch geworden van het onderwijs aan onze jeugd?” verzucht hij.

En een stukje verder in de tekst moet hij tot zijn leedwezen constateren dat de moderne onderwijsmethoden destructieve en catastrofale gevolgen zullen hebben voor de Nederlandse maatschappij. Lees in de krant van vandaag de ingezonden brieven over de toestand van ons onderwijssysteem (meestal geschreven door verbitterde gepensioneerde leraren) en je moet concluderen dat Da Costa eigenlijk heel erg eenentwintigste eeuw is. Of dat ingezonden brievenschrijvers heel erg negentiende eeuw zijn, natuurlijk.

Isaäc da Costa mag dan een beroemde dichter geweest zijn uit een bemiddeld bankiersgeslacht, maar ik vind hem gewoon een vertegenwoordiger van dat onuitroeibare menstype, de Amsterdamse kankeraar. Zonder gesellig kankeren zou onze hoofdstad niet hetzelfde zijn. Da Costa heeft die straat, dat plein en die kade dan ook dik verdiend.

Geen opmerkingen:

Mogelijk gemaakt door Blogger.