maandag 11 januari 2010

Zinnen om in te lijsten

Iedere goede schrijver weet dat goede schrijvers goede schrijvers lezen. Allerminst nieuw maar onverslijtbaar ontzagwekkend vind ik Willem Elsschot. Ik moet toegeven dat het overheidsgraffiti was, namelijk een citaat uit Kaas op de zijkant van een intercity, die me op het idee bracht hem weer eens te lezen. Maar na Kaas wilde ik meer Elsschot.

De situatie van onderstaand citaat uit Lijmen/Het Been (1938) is dat de verteller zijn neef, die pastoor is, erbij gehaald heeft om iemand uit het gesticht van Brussel te bevrijden. De portier houdt voor gewone burgers onverbiddelijk de hand aan het bezoekuur, uitsluitend donderdag en zondag tussen twaalf en één uur. Maar niet voor een geestelijke:

Onze toga maakte ruim baan in 't gasthuis en drong, als de dood, met kracht en zachtheid overal door. Al was het bijna zeven in plaats van één, toch wees de portier niet op het bord waarvan een duplicaat buiten bij de poort hing, maar groette eerbiedig en haalde dadelijk een paar mensen uit een wachtzaaltje, stopte die in een soort inham waar een kapstok en bezems stonden en stelde de kamer tot onze beschikking. Dan belde hij een knecht en stuurde die het grote gasthuis in met de opdracht de aalmoezenier te vinden en mee te brengen. Na enige wachten werd discreet geklopt en een afgietsel van mijn neef deed zijn intrede.


Puntig en toch zonder enige haast, geestig, inventief, intelligent, sfeervol. Lees het nog maar eens. En nog maar eens, en nog maar eens. Ik doe dat en ik krijg er geen genoeg van. Ik wens u hetzelfde.

Willem Elsschot, Lijmen / Het Been, ISBN 9078432322.

Geen opmerkingen:

Mogelijk gemaakt door Blogger.