woensdag 31 maart 2010

Kinetische Kunst 7: de strandbeesten van Theo Jansen

Denkend aan Holland zie ik reusachtige dieren van kaaskleurige electriciteitspijp traag over het natte strand stappen. Onderweg van de vloedlijn naar het mulle zand scheppen ze hun lepelstaart vol zand, storten dan hun lading op de grens van mul en hard, gaan dan weer terug tot ze het water voelen, dan weer heen, en zo voort, als eb en vloed. Ze leven van de wind, denken van de wind, bewegen van de wind,gaan kapot aan de wind, sterven van de wind.

Hun schepper heet Theo Jansen en hij woont in Delft. Op 17 maart hield hij een lezing in de Academie voor Bouwkunst in Amsterdam. Uw reporter was erbij.

Al twintig jaar werkt Theo Jansen (1948) aan deze strandbeesten, de orde der Animari. Een stuk of acht ondersoorten passeerde de revue op video, waarna hij liet zien hoe één poot werkt. Animari hebben een heleboel van die poten, het is de basis van deze diersoort. Het bijzondere van die poot is dat de heup, net als bij mensen, altijd op dezelfde hoogte blijft, zoals de as van een wiel. Seeing is believing



12 holy numbers

Eén poot bestaat uit 8 stukken pijp waarbij 12 maten of verhoudingen essentieel zijn voor de werking. Theo Jansen noemt ze de Twaalf Heilige Getallen. Hij heeft ze ook gepubliceerd, met als gevolg dat mensen hun eigen varianten zijn gaan maken. Er zijn ruim 800 filmpjes op YouTube van te vinden. De soort plant zich dus zelfstandig voort, maar of hun schepper daar gelukkig mee is valt te betwijfelen. Die navolging is natuurlijk het beste bewijs van een geniaal idee, geniaal genoeg om zijn bedenker te overleven; hij zegt die onsterfelijkheid ook na te streven. Aan de andere kant werkt hij al twintig jaar lang ijzerenheinig aan zijn idee, de bekendheid kwam niet vanzelf en het heeft hem - zo te zien - geen grote rijkdom gebracht. Dus wanneer anderen dan met je idee aan de haal gaan kan ik me enige wrevel wel voorstellen. Opmerkelijk is wel dat elke navolger Theo Jansen als bron noemt. En sommige filmpjes laten het principe heel mooi zien, zoals dit van Daniel Wyllie.



Survival of the fittest

De bedoeling is dat de Animari uiteindelijk zelfstandig kunnen overleven op het strand. Theo Jansen zorgde voor hun evolutie. In de loop der tijd vond hij spieren uit, een mechaniek van communicerende fietspompen, maar dan van elektriciteitspijp. Mooie uitspraak: “when you have muscles, surviving is so much easier!”.

Hier liet Theo Jansen ook weer iets blijken van die ijzerenheinigheid. Een pomp die lekt pompt niet, iets oppompen wat lekt lukt niet, denk maar aan een fietsband. Dus een pompmechaniek moet lekdicht zijn. Hij koos aanvankelijk siliconenkit als afdichtmiddel. Dat is geen makkelijk materiaal. Het moet drie weken uitharden, het krimpt, het zet uit, het kan loslaten. Twee jaar lang heeft hij ermee geploeterd, twee jaar lang sloeg hij advies in de wind van mensen die er verstand van hadden: gebruik o-ringen. Pas na twee jaar nam hij de suggestie over. Een beetje laat, erkende hij zelf. Die eigengereidheid, dat overtuigd zijn van jezelf en van je eigen gelijk is volgens mij een onmisbare eigenschap voor een kunstenaar.

Een volgende soort Animaris liet vinnen of schoepen bewegen op de wind en met die beweging werd energie in de vorm van samengeperste lucht opgeslagen in petflessen. Een petfles kan tot zo’n 12 bar worden opgepompt, vertelde Theo Jansen. Om een idee te geven: dat is minder dan de pakweg 18 bar van de betere espressomachine, maar veel meer dan de 2 tot 5 voor de gemiddelde autoband. Een serie petflessen vormt de maag van de Animaris. Met iets in zijn maag kan hij toch nog iets doen, ook als het windstil is. Of hij kan zichzelf vastslaan met een pin in de grond als het te hard waait.

De evolutie schreed voort. Na de spieren en de maag kwam een brein. De basis is een klepventiel dat Theo Jansen leugenaar noemt. Zo’n ding heeft drie takken; twee daarvan vormen een pad voor luchtdruk wanneer er op de derde geen druk staat, en omgekeerd is dat pad geblokkeerd met druk op de derde tak – vandaar leugenaar. Het is de basiseenheid voor digitaal rekenen is, ook die van computers. De mooie uitspraken waren niet van de lucht: een aantal leugenaars bij elkaar vormen een brein en ”surviving is so much easier when you have a brain!”



publieksvragen

Het zaaltje van de Academie voor Bouwkunst zat vol met wannabe architecten. Een aantal was door hun docent naar deze lezing gestuurd en dat op zichzelf oogstte al het nodige geschamper, want wat hebben strandbeesten nou met architectuur te maken? Maar gaandeweg de inleidende film sloeg dat om. Er werd verwoed geschetst en aantekeningen gemaakt.

Iemand vroeg: begint u met een idee en werkt u dat dan helemaal uit? Een beetje een naïeve vraag als je bedenkt dat de vragensteller net 20 jaar evolutie van de animari heeft langs zien komen.

Jansen is een ontwikkelaar, een technische kunstenaar. Hij probeert een idee uit, ziet dat er iets niet goed is, lost dat op, stelt iets bij, kijkt naar het resultaat, ziet een nieuw probleem of een nieuwe uitdaging, werkt dan daar weer aan verder, en zo voort. Evolueren is ontwikkelen – letterlijk. Die werkwijze kwam heel duidelijk naar voren. Het antwoord was dus nee.

Iemand vroeg: je hebt spieren en een brein, krijgen ze nu ook emotie? De vraag was bijna een advies, zo van “dat moet u eigenlijk doen, want dat vind ik nog beter”, wat ik nogal aanmatigend vond.

De Animari moeten uiteindelijk zelfstandig kunnen overleven, dat is het streven. Ze lopen terug als ze het water of het mulle zand voelen, maar dat is nog geen angst. Jansen bleef beleefd en antwoordde enigszins ontwijkend dat hijzelf natuurlijk wel emotie voelde bij het zorgen voor zijn scheppingen. Maar toen de vragensteller er aan toevoegde “so they can fall in love?” zei hij met een scheve grijns “no, you’re too romantic”. Verliefdheid heeft pas evolutionair nut in sociale groepen en voor de strandbeesten is dat nog niet aan de orde.



een UFO en een wandschildermachine

Jansen liet ook een vroeg werk zien, een verfmachine die een beeld op de muur maakt zoals een televisie beeld op een scherm zet. Het is een contraptie die horizontaal langs de muur beweegt en verf op die muur spuit, dan ietsje zakt, terugbeweegt en verf op de muur spuit, en zo voort, zoals een inkjetprinter maar dan tegen een hele muur. Tegenover de spuit zit een lichtsensor met een zeer nauw blikveld. De hoeveelheid licht die op de sensor valt bepaalt de hoeveelheid verf die op de muur wordt gespoten.

We zagen een filmpje van dit apparaat in werking. Eerbiedig gemurmel steeg op uit het publiek toen de schildering op de muur werd onthuld: het was een exacte afdruk van wat er in de kamer te zien was.

Een ander vroeg werk waar we een filmpje van zagen was een UFO, een grote heliumballon in de vorm van een vliegende schotel die hij boven Delft had opgelaten. UFO's waren hot in die tijd, ik schat midden jaren 70. We zagen straatinterviews met ooggetuigen, waaronder een zichtbaar verontruste politieman die meldde dat het ding niet gezien was op de radar van vliegveld Ypenburg en dat hij zeker zo groot was "als een kernreactor", waarop het publiek uitbarstte in daverend hoongelach.

Dat filmpje staat ook op de DVD die ik na afloop kocht. Toen ik het later nog eens bekeek hoorde ik dat de arme agent in feite zei "zeker zo groot als de kernreactor van Delft". En dat is maar een heel klein ding, voor wetenschappelijk onderzoek. Op Google maps heeft hij een doorsnee van zo'n 20 meter. Theo Jansens UFO was niet heel veel kleiner. En afmetingen van objecten in de lucht zijn moeilijk te schatten. Waarmee maar weer eens is aangetoond dat een massa, ook al bestaat die uit intellectuelen, gemakkelijk relevante details mist.



Meer weten?

In tegenstelling tot veel andere kinetische kunstenaars in deze serie heeft Theo Jansen wél een hele mooie website: www.strandbeest.com. Die DVD kun je daar ook bestellen. Al het filmmateriaal dat Theo Jansen op zijn lezing liet zien staat er op, en meer.

Je vind daar ook dat een nieuwe ondersoort van de Animari te zien zal zijn op 18, 19 en 20 juni 2010 op het strand van Scheveningen. Het is de Animaris Siamesis. Theo Jansen vertelde dat de voorganger van de Siamesis zijn kop in de wind houdt, zodat hij niet omwaait. Strandbeesten leven van de wind, maar ze gaan er ook aan kapot. Een probleem van die voorganger is dat hij wel beter bestand is tegen storm en harde wind, maar niet tegen plotselinge zij- of valwinden vanuit de duinen. De oplossing van dit probleem is de Animaris Siamesis, een volgende stap in de evolutie, een strandbeest bestaande uit twee strandbeesten haaks op elkaar, die elkaar overeind houden. Mis het niet.


Loket Diversen verzamelt webfilmpjes van Kinetische Kunst. Klik voor de verzameling tot nu toe

4 opmerkingen:

K zei

Bedankt voor je uitgebreide verslag en de links. Ik had weleens beesten van TJ gezien (en vond ze huiveringwekkend mooi), maar wist er verder weinig van.
Met je links naar de filmpjes en TJ's website kom ik een heel stuk verder.

Rolf Blijleven zei

Graag gedaan!

Seven Inchmania zei
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
Seven Inchmania zei

OK, ik heb het toch helemaal gelezen. Maar indachtig mijn advies aangaande lange internetteksten: als doorklikmomenten dan, vanwege de blogstructuur, niet mogelijk zijn, structureer je tekst dan wat meer middels tussenkopjes. Voorkomt het grijzebrei-effect en voortijdig afhaken. Tussenkopjes lees je misschien niet bewust, maar fungeren onbewust als haakjes waaraan de ogen des lezers blijven, eh, haken dus. Ik heb nog wel een boekske over interschrijven te leen. U kent het adres.

Mogelijk gemaakt door Blogger.